Terug naar alle artikelen
Roy Kullick laat zien dat een trainingsdoel klein en specifiek moet zijn

Wat moet ik oefenen bij golf? Zo kies je de juiste volgende stap

beter golfen driving range golf oefenen golftraining Sep 21, 2026

Door , PGA golfprofessional en oprichter van Golfrijk · Inhoudelijk bijgewerkt op

Gebaseerd op Roys Golfrijk lessen over waarnemen, doelgericht trainen, variëren en de vertaling van oefening naar golfbaan.

Kort antwoord

Vraag je je af wat je bij golf moet oefenen? Begin dan niet met de laatste tip die je hoorde, maar kijk eerst naar een patroon dat in jouw eigen spel terugkomt. Waar verlies je slagen, richting of vertrouwen? Kies daarbinnen één duidelijk doel, train het eerst gericht en voeg daarna variatie en druk toe. Test het vervolgens opnieuw op de baan, zodat je eigen spel vertelt wat jouw volgende onderwerp wordt.

We hebben het vast allemaal wel eens meegemaakt: je staat op de drivingrange met een mand ballen. De eerste slag is dun, de tweede vliegt rechts en de derde is ineens prachtig. Dan begint het denken: moet je je grip veranderen, rustiger slaan, meer draaien, anders staan of toch maar een video over de slice bekijken?

Het probleem is meestal niet dat er te weinig golfinformatie bestaat. Het probleem is dat je niet weet welke informatie op dat moment bij jouw spel past.

Daarom begint beter oefenen niet met een drill, maar met een goede vraag: wat gebeurt er precies, wanneer gebeurt het en welk deel daarvan wil je vandaag onderzoeken?

Waarom zomaar een golfoefening kiezen weinig oplevert

Een oefening kan op zichzelf prima zijn en toch op dit moment de verkeerde keuze voor jouw spel zijn.

Stel dat je bal naar rechts eindigt. Misschien start hij al rechts en blijft hij naar rechts gaan. Misschien start hij rond je doellijn en buigt hij naar rechts. Misschien raak je hem met de driver vaak op de hak, waardoor de curve sterker wordt. Het eindresultaat lijkt misschien hetzelfde, maar de eerste onderzoeksvraag verschilt.

Dat geldt ook voor scoreverlies. “Mijn korte spel is slecht” kan betekenen dat je de bal dik raakt, geen landingspunt kiest, steeds een moeilijke club gebruikt of de eerste putt altijd veel te kort laat.

Zo’n algemene klacht is te groot om gericht te trainen, dus maak hem eerst kleiner en duidelijker.

Stap 1: verzamel informatie uit je eigen rondes

De golfbaan laat zien welke slagen jij werkelijk nodig hebt, dus houd het bijhouden vooral eenvoudig. Je hoeft na een ronde niet iedere denkbare statistiek te noteren, want de patronen die je herkent vertellen je meestal al genoeg.

Gebruik bijvoorbeeld deze vijf vragen:

  1. Waar begon mijn bal meestal ten opzichte van het doel?
  2. Welke curve kwam vaak terug?
  3. Raakte ik de bal dun, dik, op de hak, op de teen of redelijk centraal?
  4. Rond welke afstanden of situaties verloor ik vaak een extra slag?
  5. Was mijn probleem technisch, of koos ik een slag die te moeilijk was?

Je hoeft na één ronde nog geen conclusie te trekken, maar zoek wel naar iets dat vaker terugkomt. Eén slechte bal kan toeval zijn, terwijl een herkenbaar patroon je richting geeft.

Op Golfrijk kun je hiervoor de Leskaarten gebruiken uit de lessen in 'Evalueer je ronde'. 

Stap 2: benoem wat je ziet voordat je de oorzaak kiest

Waarneming en verklaring zijn niet hetzelfde, ook al halen we die twee heel makkelijk door elkaar.

“De bal start rechts” is een waarneming, terwijl “mijn grip is fout” al een verklaring is. Misschien klopt die verklaring, maar dat hoeft helemaal niet. Kies je te snel een oorzaak, dan verander je misschien iets wat helemaal niet het probleem is.

Begin met signalen die je kunt zien of meten:

  • Startlijn: links, rond de doellijn of rechts.
  • Curve: naar links, vrijwel recht of naar rechts.
  • Raakpunt: hak, midden, teen, hoog of laag op het clubblad.
  • Grondcontact: vóór de bal, bij de bal of achter de bal.
  • Afstand: te kort, zoals verwacht, te lang of sterk wisselend.
  • Uitkomst op de baan: veilig speelbaar of direct in de problemen.

Wil je startlijn en curve beter leren lezen, gebruik dan het overzicht golfbalvlucht begrijpen. Raak je ijzers vaak dun of dik, lees dan eerst wat je grondcontact daarover vertelt.

Stap 3: kies één klein en meetbaar trainingsdoel

“Ik wil constanter worden” hoor ik vaak en het klinkt ook logisch, maar je kunt het nog niet echt uitvoeren. Want waarin wil je constanter worden?

Maak het doel zo concreet dat je na een slag kunt zeggen wat je hebt waargenomen. Bijvoorbeeld:

  • ik onderzoek waar vijf opeenvolgende ijzers het clubblad raken;
  • ik kies vóór iedere chip een landingspunt;
  • ik noteer bij iedere afslag alleen startlijn en curve;
  • ik laat mijn lange putts dichter bij de hole eindigen door oefenswings te maken en duidelijk een zwaailengte te kiezen;
  • ik voer vóór iedere swing en oefenswing dezelfde routine uit.
Roy Kullick wijst een klein en specifiek doel aan op de drivingrange

Het gaat niet om een magisch aantal goede ballen, maar om het zichtbaar houden van één onderwerp. Probeer je tegelijk grip, houding, polsen, tempo en finish te veranderen, dan weet je achteraf niet welke keuze effect had.

Stap 4: doe eerst een eenvoudige nulmeting

Voordat je iets verandert, wil je eerst weten hoe het nu gaat. Kies daarom een kleine test die past bij je doel, zodat je later ook echt iets hebt om mee te vergelijken.

Dat kan heel eenvoudig:

  • noteer bij een reeks ijzers het raakpunt op het clubblad;
  • tel hoeveel chips rond je gekozen landingszone neerkomen;
  • noteer bij drives de startlijn, curve en speelbaarheid;
  • tel bij een vaste puttafstand hoeveel ballen op je gekozen lijn starten;
  • speel een bekende oefensituatie en schrijf je uitkomst op.

Gebruik bij de hertest dezelfde uitgangspunten. Anders vergelijk je verschillende opdrachten en lijkt vooruitgang groter of kleiner dan ze is.

Een nulmeting is geen examen, dus probeer gewoon te observeren zonder jezelf te veroordelen. Het is slechts een tool die je helpt kiezen wat je wil verbeteren. Soms ontdek je zelfs dat het onderdeel waarover je je zorgen maakte beter is dan je dacht, terwijl een ander patroon veel meer invloed op je score heeft.

Stap 5: train van techniek naar variatie en baan

Een beweging leren en ermee golfen zijn twee verschillende fasen. Op de range kun je een verandering rustig herhalen, omdat het resultaat van je slagen daar minder belangrijk is dan wanneer ze meetellen voor een scorekaart. Op de baan krijg je telkens maar één bal en iedere ligging heeft een gevolg, waardoor de belangen tijdens het spelen veel groter zijn. Dat is dus niet het moment om nog rustig met je techniek te experimenteren.

Bouw je training daarom in drie delen op.

Deel 1: gerichte herhaling

Gebruik dezelfde club en een duidelijk doel wanneer je een beweging of contact wilt leren herkennen. Neem daarbij de tijd tussen de ballen, kijk naar wat er veranderde en houd de opdracht gelijk.

Gerichte herhaling is nuttig zolang je nog iets probeert te begrijpen, maar wordt doelloos wanneer je alleen maar in een prettig ritme ballen blijft slaan.

Deel 2: differentieel oefenen

Verander daarna bewust de omstandigheden door te wisselen van club, afstand, doel, zwaailengte of ligging. Je hoeft daarmee niet te wachten tot één beweging perfect is.

Door verschillen te ervaren leert je lichaam aanpassen. Dat is belangrijk, want op de baan krijg je zelden twee identieke slagen achter elkaar en de variatie geeft een boost aan je lerend vermogen.
Het gaat om skills opbouwen en dat doe je door af en toe een beetje aan te klooien en rustig dingen uit te proberen.

Deel 3: spelen op de range

Breng ten slotte de baan naar de oefenplek:

  1. Stel je een echte hole of situatie voor.
  2. Kies doel, club en gewenste slag.
  3. Voer je volledige voorbereiding uit.
  4. Sla één bal.
  5. Beoordeel het resultaat en kies de volgende situatie.

Hier train je niet alleen de beweging, want je oefent ook het kiezen, richten, je pre shot routine en het omgaan met de druk van doelen en verwachtingen. Precies die onderdelen maken de stap van drivingrange naar golfbaan kleiner.

Stap 6: hertest en kies opnieuw

Doe na enkele trainingen dezelfde kleine test als aan het begin en vergelijk daarbij niet alleen hoeveel ballen “goed” waren. Kijk ook naar de kwaliteit van je missers, want juist daaraan kun je veel vooruitgang herkennen.

Vraag jezelf af:

  • Is het patroon kleiner of beter voorspelbaar geworden?
  • Begrijp ik beter waardoor de uitkomst verandert?
  • Kan ik de keuze uitvoeren wanneer doel en club wisselen?
  • Komt het ook terug op de baan?
  • Weet ik wat mijn volgende stap is?

Als het resultaat verbetert, blijf je lang genoeg bij dit onderwerp om het te automatiseren en naar de baan te brengen. Verandert er niets of wordt het patroon onduidelijker, dan is dat geen mislukking. Het is informatie. Misschien onderzocht je niet de juiste oorzaak of heb je feedback van een golfprofessional nodig.

Wat moet je oefenen? Gebruik deze beslisroute

Wat je vaak ziet Eerste onderzoek Passend trainingsdoel
Bal eindigt vaak links of rechts Startlijn en curve afzonderlijk benoemen Een herhaalbaar balvluchtpatroon herkennen
Veel dunne, dikke, getopte of geduffte slagen Raakpunt en laagste punt controleren Eerst de bal en daarna de grond leren raken
Veel extra slagen rond de green Contact, landingspunt en clubkeuze bekijken De bal met één slag op de green krijgen
Veel drieputts Eerste putt beoordelen op lijn en snelheid Afstandscontrole of startlijn afzonderlijk trainen
Goed op de range, onzeker in de baan Verschil in doel, routine, variatie en druk bekijken Werk aan een herhaalbare pre shot routine
Geen duidelijk patroon Enkele rondes eenvoudig noteren of feedback vragen Eerst informatie verzamelen, nog niets veranderen

Deze tabel geeft geen standaarddiagnose, maar helpt je wel om de eerste vraag kleiner te maken. Twee golfers met dezelfde uitkomst kunnen namelijk nog steeds iets anders nodig hebben.

Wat oefen je als je handicap 54 hebt gehaald?

Na je GVB, tegenwoordig handicap 54, is spelen minstens zo belangrijk als trainen. Je hebt echte rondes nodig om te ontdekken waar je spel betrouwbaar is en waar je volgende leerdoel ligt.

Begin daarom niet automatisch met de langste club, maar kijk eerst naar je hele spel:

  • kun je een korte putt op je gekozen lijn starten?
  • kun je een lange putt met de juiste snelheid spelen?
  • krijg je een chip of pitch meestal met één slag op de green?
  • is je contact met een ijzer goed?
  • houd je een afslag meestal op de fairway?
  • maak je vóór iedere slag een duidelijke keuze en heb je een herhaalbare routine?

Wie net begint, heeft baat bij een opbouw van dichtbij naar verder weg: putten, chippen, pitchen, volle swing en daarna de langere clubs. Gebruik die volgorde als inventarisatie en niet als verplicht schema, want jouw rondes bepalen uiteindelijk waar je langer bij blijft.

Lees voor het complete vervolg GVB/Handicap 54 gehaald: wat nu?.

Hoe verdeel je een golftraining?

De juiste verdeling hangt af van je doel en de tijd die je hebt, dus neem niet zomaar een vast percentage over omdat iemand anders dat gebruikt. Bouw je eigen sessie liever rond vier functies:

  1. Warming up: rustig bewegen en contact maken zonder oordeel.
  2. Hoofdonderwerp: één patroon gericht onderzoeken.
  3. Variatie: doelen, clubs of omstandigheden afwisselen.
  4. Transfer: speel een aantal ballen zoals je dat ook in de baan zou doen, met een duidelijk doel en verwachting.

Heb je weinig tijd, dan kun je ieder deel verkorten, maar laat vooral het kiezen en evalueren niet weg. Tien aandachtige ballen kunnen je namelijk meer leren dan een grote mand die je op automatisch tempo wegslaat.

Techniek oefenen of leren scoren?

Je hebt beide nodig, maar niet altijd tegelijk.

Bij techniektraining mag het resultaat tijdelijk wisselen.
Laat de bal dus niet bepalen of jij goed aan het oefenen bent. Je onderzoekt een beweging of contact en geeft jezelf ruimte om te leren en daar horen slecht geslagen ballen ook bij.
Daarna verschuift je aandacht naar een opdracht: een doel raken, een afstand doseren of een bruikbare misser overhouden. Bij baantraining telt ook de beslissing vóór de slag.

Een handige vraag is:

Ben ik nu een beweging aan het leren, een resultaat aan het trainen of een golfsituatie aan het spelen?

Als je dat weet, kun je ook eerlijker beoordelen wat een goede bal was. Een technisch goed uitgevoerde oefenbal kan ergens anders eindigen dan bedoeld. Een slim gekozen slag kan technisch niet perfect voelen en toch precies de veilige uitkomst geven die je nodig had.

Wanneer heb je een golfprofessional nodig?

Zelf waarnemen is waardevol, maar je hoeft niet alles alleen op te lossen.

Vraag persoonlijke feedback wanneer:

  • je niet kunt onderscheiden wat er bij impact gebeurt;
  • je meerdere veranderingen hebt geprobeerd zonder duidelijk effect;
  • je balvlucht en gevoel elkaar lijken tegen te spreken;
  • een patroon op de range verdwijnt zodra je de baan in gaat;
  • je wilt weten welk onderdeel nu het meeste aandacht verdient.

Kom bij voorkeur met een concrete beschrijving. “Mijn bal start meestal rechts en buigt daarna verder rechts” geeft een professional meer informatie dan “mijn swing is slecht”.

Online uitleg helpt je om begrippen te begrijpen, een oefening terug te kijken en tussen lessen door zelfstandig te trainen. Soms heb je alleen iemand naast je nodig die direct meerdere signalen kan combineren, en dan is een golfprofessional de logische volgende stap. Lees hierover ook wat online golfles wel en niet voor je kan doen.

Veelgemaakte fouten tijdens het oefenen

Te veel onderwerpen in één training

Wanneer iedere misser een nieuwe opdracht oplevert, krijgt je lichaam geen tijd om iets te leren. Parkeer andere ideeën en houd één hoofdvraag vast.

Een tip als diagnose behandelen

Een tip vertelt wat je kunt proberen, maar bewijst nog niet dat dit ook werkelijk jouw oorzaak is. Controleer daarom altijd of het zichtbare patroon verandert.

Alleen goede ballen tellen

Kijk ook naar de spreiding en de missers. Worden die kleiner, beter herkenbaar of veiliger? Dat is echte vooruitgang, want golf is geen spel van perfect.

Op de range steeds dezelfde bal spelen

Herhaling helpt bij het leren van een beweging, maar voor de vertaling naar de baan moet je ook wisselen van club, doel en situatie.

Geen hertest doen

Doe je dezelfde opdracht niet opnieuw, dan weet je ook niet of je werkelijk beter werd of gewoon een goede dag had.

Veelgestelde vragen over golf oefenen

Welk onderdeel levert het snelst een lagere score op?

Dat verschilt per golfer, want het onderdeel waarop jij tijdens rondes de meeste onnodige slagen verliest is meestal een betere keuze dan iets wat algemeen als belangrijk wordt genoemd. Kijk dus eerst naar je eigen spel.

Hoe lang moet ik hetzelfde onderwerp oefenen?

Er is geen vast aantal trainingen, dus blijf bij het onderwerp tot je het patroon begrijpt, een verandering kunt herhalen en die ook bij wisselende doelen of op de baan terugziet. Doe daarna eerst een hertest voordat je verdergaat.

Moet ik steeds met dezelfde club oefenen?

Bij een technische verkenning kan dezelfde club helpen om verschillen te herkennen. Daarna moet je variëren, omdat je op de baan steeds een andere afstand, ligging en doel hebt.

Heb ik meetapparatuur nodig om goed te trainen?

Nee. Startlijn, curve, raakpunt, grondcontact, afstand en spreiding kun je vaak al zonder technische apparatuur waarnemen. Meetapparatuur kan extra informatie geven, maar vervangt geen duidelijke vraag. En als beginnende golfer heb je zelf nog niet zoveel aan de technische data.
Laat dat maar over aan je pro om te gebruiken als hulpmiddel in de analyse.

Moet ik vooral mijn zwakke punten oefenen?

Werk aan een zwak punt dat aantoonbaar invloed heeft op je spel, maar onderhoud ook een betrouwbare kracht. Op de baan kun je keuzes maken die jouw sterke slagen vaker laten terugkomen.

Waarom lukt een verandering wel op de range en niet op de baan?

Op de range herhaal je vaak dezelfde club en ligging zonder echt gevolg. In de baan veranderen doel, tijd, druk en situatie. Voeg daarom variatie, een volledige routine en gesimuleerde baanslagen aan je training toe.

Laat je les aansluiten op jouw spel

Weet je nog niet welk onderwerp voor jou de juiste volgende stap is? Beantwoord een paar vragen over wat je op de baan en bij je balvlucht ziet. Daarna krijg je een passende videoles van mij, met een printbaar werkblad om gericht te oefenen.

Start je Persoonlijke Leerroute en ontvang je eerste les gratis

Prettig golfen!

Roy Kullick PGA golfprofessional en oprichter van Golfrijk

Wil je meer weten over Golfrijk? Bekijk dan onze informatie-pagina:

Hoe werkt Golfrijk?